BiografieErwin Steyaert

2011
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6082

    Omertà

    Alleen de aangelanden hebben weet.
    Van gebroken glazen en neuzen,
    de lege planken en het harde brood,
    het tandenknarsen in de lakens.

    De jonge vogels op hun nest van roest
    kijken weg. Vrouwen poederen de blauwe
    plekken, trekken de muts diep
    over de hoorns van de mannen.

    Met de vinger op de lippen roept men
    de kinderen van de straat. Uit de berm
    rapen wij het zwijgen op. We zitten
    aan de tafel en staren in de borden.